De dronken dromer dobbert rond
en roeit wat met zijn riempje
Hij hoopt dat zij ook dobberen komt
en weggaat bij haar vriendje
Tuesday, September 18, 2007
We schrobben onze nagels op het bord
Het water weekt en zeep prikt in onze ogen
Hij ruimt mijn rotzooi op
Doet een poging mijn vlekken weg te wassen
Hij wil wonden in onze kleren verstellen
Alles, alles door het slijk, het sop en dan de mangel
En nog eens, nu de was er nog is
We kunnen nog wassen, onze kleren verstellen
Maar ze worden nooit mooier dan dit
Toch aan de lijn
Waai uit en vervlieg
Verlies wat me vies maakt
Meer buiten spelen hoef ik niet
02-06-06
Het water weekt en zeep prikt in onze ogen
Hij ruimt mijn rotzooi op
Doet een poging mijn vlekken weg te wassen
Hij wil wonden in onze kleren verstellen
Alles, alles door het slijk, het sop en dan de mangel
En nog eens, nu de was er nog is
We kunnen nog wassen, onze kleren verstellen
Maar ze worden nooit mooier dan dit
Toch aan de lijn
Waai uit en vervlieg
Verlies wat me vies maakt
Meer buiten spelen hoef ik niet
02-06-06
Tweede viool
… in mijn leven,
temidden van het gehele orkest was ik slechts,
Tweede viool.
Alle andere instrumenten werden bespeeld
Door een man, een man zo klein zo groot,
Hij bespeelde het hele orkest
En ik was slechts tweede viool.
‘van het orkest des levens krijgt het programmaboekje’
Maar de dirigent bepaald hoe het klinkt.
De dirigent, een man zo klein zo groot,
Bepaald dat hij de enige is die zingt.
Hij zingt een bas,
Een diepe lage bas,
voortdurend dreigend met nóg harder zingen,
Nóg harder brullen en nóg harder klinkend.
Een leven zo groot als een operagebouw,
Met een heel orkest
… en een tweede viool.
Het publiek komt van buiten,
de buitenwereld,
en ze zitten hier binnen
maar dringen niet door naar binnen.
Een leven zo groot als een concertgebouw,
Met een man zo klein zo groot,
Hij maakt in dit leven de dienst uit,
In mijn leven ben ik tweede viool.
28-06-2001
temidden van het gehele orkest was ik slechts,
Tweede viool.
Alle andere instrumenten werden bespeeld
Door een man, een man zo klein zo groot,
Hij bespeelde het hele orkest
En ik was slechts tweede viool.
‘van het orkest des levens krijgt het programmaboekje’
Maar de dirigent bepaald hoe het klinkt.
De dirigent, een man zo klein zo groot,
Bepaald dat hij de enige is die zingt.
Hij zingt een bas,
Een diepe lage bas,
voortdurend dreigend met nóg harder zingen,
Nóg harder brullen en nóg harder klinkend.
Een leven zo groot als een operagebouw,
Met een heel orkest
… en een tweede viool.
Het publiek komt van buiten,
de buitenwereld,
en ze zitten hier binnen
maar dringen niet door naar binnen.
Een leven zo groot als een concertgebouw,
Met een man zo klein zo groot,
Hij maakt in dit leven de dienst uit,
In mijn leven ben ik tweede viool.
28-06-2001
Subscribe to:
Posts (Atom)